De eeuwige competitie met jezelf

Wij crossfitters zijn eigenlijk een heel aparte soort. We zijn extreem competitief ingesteld, maken van onze box een tweede huiskamer en bombarderen onze crossfit-buddies tot beste vrienden, soulmates zelfs. Maar toch hebben we vaak weinig op met teamsporten.

Ik behoor ook tot die categorie. De sporten die ik naast crossfit doe, zijn stuk voor stuk individuele sporten; hardlopen, fietsen, yoga. De lol van een teamsport heb ik nooit echt begrepen. Dat zit hem deels in de verplichting van vaste momenten; elke maandag trainen en in het weekend verplichte wedstrijden. Pffff. Maar ik heb een nog groter bezwaar. Een team is zo zwak als de zwakste speler. Heel vervelend als dat iemand anders is, maar compleet onoverkomelijk in het geval je dat zelf bent. Nee, laat me dan maar alleen strijden.

Maar is dat werkelijk zo? Want dat brengt me bij het onderwerp van dit blog: de angst om niet de beste te zijn. Een angst die velen vast niet onbekend is. Want voor wedstrijden trainen is één ding. Maar dat al dat trainen leidt tot het werkelijk meedoen aan een competitie – out in the open – geeft me klamme handjes. Wat als je faalt?

Al dat trainen met Sander de afgelopen 1,5 maand werpt best zijn vruchten af. Maar er zijn nog zo veel onderdelen die ik niet volledig beheers, zoveel onderdelen die met zwaardere gewichten moeten om op RX (wedstrijd) niveau uit te komen, zoveel ‘goats’ om nog aan te pakken. Maar eigenlijk ligt daar niet het grootste probleem. Wat me werkelijk tegenzit, ben ik zelf.

De eeuwige competitie met jezelf, is dat het lot van de crossfitter? Nooit tevreden zijn en altijd meer willen, meer moeten, van jezelf.  Voor topsporters telt alleen de eerste plaats, maar een crossfitter zal vaak al heel tevreden moeten zijn met een 34e plek in een nationale ranking. Met wie meet je je? Met ex-topsporters, mensen die jaren jonger zijn of vele malen fitter? Deprimerend. En onnodig. Eigenlijk doe je het vooral voor jezelf. Elke wedstrijd is een test en laat je alleen maar zien op welke vlakken je nóg beter kunt worden.

Tot zover de positieve psychologie. De harde werkelijkheid is dat ik mezelf in het diepe heb gegooid. Cold Turkey. Ooit moet dan toch de eerste keer zijn. Trainde ik niet juist voor wedstrijden?

Dus, ik schreef me afgelopen week in voor de Masters Throwdown Series, open vanaf 35 jaar. De handstand push up is nog lang niet onder de knie, voor de pistol schijnt mij achillespees genetisch te kort te zijn, bij gebrek aan een touw in onze box is een rope ascent mij volkomen vreemd. En zo zijn er nog wel een paar oefeningen die ik meer van naam ken dan van uitvoering. Maar de excuses zijn nu officieel op. De WOD’s van de Throwdown worden over een paar uur bekend gemaakt.  Tussen 21 en 27 mei dien ik mijn WOD aan te leveren op video om te strijden voor een plekje in een internationale ranglijst.

Ik hou het nog even stil. Nou ja, jullie weten het nu, maar jullie vertellen het vast ook niet verder. Toch? In de tussentijd oefen ik nog zo’n verschrikkelijke HSPU. Coach Sander blijft geduldig. Hij heeft er meer vertrouwen in dan ik. Precies zoals een goede coach hoort te hebben….